Hongaarse Wapenpraal, de grandeur van wapens

door Gerhild Tóth-van Rooij

Praal is het vertoon van pracht, pronk, luister of datgene waarmee men pronkt. De titel Hongaarse Wapenpraal voor een expositie is dan ook goed gekozen. De gelijknamige catalogus is uitgebracht bij ‘Europalia 99 Hungaria’ ter viering van het millennium en 1000 jaar Hongarije. Wapens - voor de parade of de strijd – blijven wapens, al getuigen de door Hongaren gebruikte en buitgemaakte wapens van vakmanschap van de Hongaarse en Turkse wapensmeden. Het is wonderlijk hoe via de wapens twee culturen paradoxaal samensmelten. Bij de Turken èn de Hongaren streefde men naar efficiëntie en schoonheid bij strijd- en pronkwapens.Wapentuigen waren voor de elite ook sieraden. In de KCB-galerij in Brussel werden indertijd tijdens de expositie ruim 90 objecten getoond die dat laten zien. De representatieve objecten omvatten wapens, schilden, kolders en bijbehorende paardentuigen, dekken, tassen, stijgbeugels en schilderijen. Ze zijn op esthetische en historische waarde gekozen en zo beschreven. Het geheel komt uit verschillende collecties van het Hongaars Nationaal Museum. De objecten en schilderijen komen voortreffelijk uit op de gecombineerde detail- en totaalopnamen van Bence Képessy. De conservator van de ongeëvenaarde wapencollectie, Timor S. Kovács vertelt meeslepend over paradewapens vanaf de 10e eeuw en de huzaren.

 

Hongaars, Turks en Osmaanse poort

Bij aankomst in het Karpatenbekken gebruikten de Hongaren in de 8e eeuw de reflexboog. In gevechten van man tot man gebruikten ze sabels met gekromde kling, wapenbijlen en zelden de lans, één der stokwapens. Toen het Koninkrijk was gesticht in het jaar 1000 was de koninklijke escorte een eeuw lang de belangrijkste strijdmacht. In 1099 moesten bemiddelde grootgrondbezitters echter allemaal voor een zwaar bewapende strijdmacht zorgen. De cavalerie van de grootgrondbezitters werd uitgerust met zwaarden,  lansen en boogschutters. Deze cavalerietroepen waren het belangrijkst voor de verdediging van het land en daarmee ook van de militaire infrastructuur. Na de Mongoolse invasie van 1241-42 bouwde men versterkte burchten en kwamen er seignurale legers. Dit zijn legers van een adellijke of in groot aanzien staande heer.

In de 13e eeuw kwamen ook de spies en het geschubde pantser in gebruik, de sabel was in de 11e eeuw al vervangen door een recht zwaard. Toen het zwaarder en langer werd kreeg de sabel een pareerstang en -beugel. (Moet met tekening/afbeelding verduidelijkt, PS zend ik je door) Na de nederlaag bij Nicopolis in Bulgarije in 1396 greep men weer naar de sabels. Deze sabels uit de eerste helft 15e eeuw hadden een Turkse kling en Westers gevest. Hongarije won in 1465 bij Nándorfehérvár (Belgrado); de huzaren kozen al de in de tweede helft van de 15e eeuw de handzame sabels naar Turks voorbeeld. Sabels uit midden 16e eeuw kregen Hongaarse vormen met massieve greep en schuin gesneden gevechtsknop en onderaan de klingrug achterscherpte, in het Turks: elman. (dit is het plaatje nr. ervan in catalogus 049/91). Door die achterscherpte of elman kon je met beide kanten van de handzame sabels houwen, wat te paard een groot voordeel bood. De sabel verdrong daarom de zware loggere zwaarden. Het wapen ontwikkelde verder en de 17e eeuwse sabel kreeg een vuistbeugel, waarbij de pareerbeugel de pareerstang met de knop verbond zodat deze de hand beschermde. (nr 6/19). Dan is er nog de Turkse sabel (cat60/ 64) en Osmaanse poort of Portai forma sabel (nr13), van Hongaarse makelij naar Turks model. Midden 17e eeuw ontstond de karabelsabel waar het gevest bij de greep met hoorn of been bekleed, de vorm van een gekuifde kop kreeg. (cat15).

 

Invloed van maliënkolder

Zowel parade- als strijdwapens hadden met bladgoud versierde klingen. Deze klingen kregen inscripties in het Latijn of een beeltenis van Maria met Jezus. Ook werden ze versierd met strijdtaferelen, blazoenen, ranken of tulpmotieven. Grepen en schedes werden nog rijker versierd met email, vanaf de 16e eeuw met Turkse motieven. De turkooizen, robijnen, smaragden of diamanten vervolmaakten de schoonheid van het wapen en toebehoren. Ook maliënkolders werden voor de sier bewerkt evenals paardentuigen en schilden. Die kolders, schilden paardentuigen en beugels werden als eenheid gedecoreerd en waren kostbaar. Als voorbeeld: de versierde sabel van Péter Zrinyi in 1670 werd geschat op 6000 Hongaarse forint. Ter vergelijk: in 1707 was de prijs voor een sabel en schede samen 4 forint. Omdat de maliënkolders in de 16e eeuw bescherming boden tegen het houwen met de sabel gingen Hongaarse huzaren over op het stootzwaard of de ponjaard. Dat wapen is later door de Turken is overgenomen. De Hongaren gebruikten ook het ruiterzwaard met stompe punt en brede kling. Dit stompe zwaard kwam net als de sabel in drie stijlen voor: De Hongaarse, Turkse en de Osmaanse Poortstijl, (wapen of wapenrusting naar Turks voorbeeld gemaakt in Hongarije).  De versiering op de wapens en wapenrustingen en paardentuigen met renaissance motieven veranderde naar barokmotieven. Als motief gebruikte men onder meer Hongaarse huzaren of Heidukken. In de 18e eeuw kwamen heraldische symbolen uit Transsylvanië voor.

Vanaf de 13e eeuw is naast de wapenhamer en bijl de knots gebruikt. In de 16e eeuw is deze vanwege de maliënkolders bij de Turken vervangen door de hamerbijl. De knots werd militair onderscheidingsteken.

Invloed van vuurwapens

In de 17e en 18e eeuw had men nog een combinatie van een buks met korte loop met bijl of hamerbijltje. En van de 16e tot 19e eeuw beschikte men over de musket, de pantallér of buks, de polhák of geweer met lange loop van Poolse oorsprong-, de tüfek of het Turkse geweer waarmee Janitsaren vochten en het pistool. De csinkapuska was een jachtgeweer met lange loop en de stuts een met korte loop. In de 16e eeuw werd de kruisboog ook door vuurwapens en alleen nog voor de jacht gebruikt. Ter vergelijk eind vijftiende eeuw had Koning Mátyás (1458-1490) nog de beschikking over 4000 schutters. Er is veel gestreden om het Hongaarse rijk uit te breiden. Ook streed Hongarije met de belagers van de rijkdommen en om de ingeperkte vrijheid terug te krijgen. De wapens werden echter ook als sierwapens op riddertoernooien gebruikt. Dit alles wordt ook tegenwoordig nog regelmatig uitgebeeld op burchtspelen. De catalogus is symbolisch een synthese van  het vuur van de Hongaren, de doorstane oorlogen en hun vermogen het schone te tonen.

 

De objecten die in Hongaarse Wapenpraal getoond worden zijn te vinden inhet Nationaal Hongaars Museum op vijf afdelingen: Arsenaal,  Middeleeuwen, Textielverzameling, Medaillecollectie en de Historische Galerij, slechts een portret bevind zich in het depot Csáky I.